Boven Schotland

Mischief 2012

 

8 april 2013

Auteur: 

A.D.P. van Walsum

Zeeën en Oceanen: 

Noordzee

Locatie: 

Peterhead

Schotland

Aanvaring met boorplatform

Het originele plan was om in juni via het Caladonisch Kanaal naar St Kilda te varen en om de noord weer terug. Door familie omstandigheden moesten de bakens echter verzet en resten ons in september slechts een kleine twee weken voor een beoogd retourtje Orkneys. Met Martin en Inger als vertrouwde zoute bemanning varen we zaterdagochtend af uit Ketelhaven. Op het staartje van de ebstroom en via kleine bump op de Boerenplaat, gaan we het wad over om, met de jonge vloedstroom op de kop, op de motor het Marsdiep te passeren waarna we het in het Molengat weer bezeild krijgen en niets ons meer tegen houdt. We zetten optimistisch koers naar de Pentland Skerries en, om in de juiste stemming te komen, schenken ons alvast een kleintje Highland Park in. Terwijl we in prachtig heldere maan-nacht met goede lopende wind recht op ons doel af suizen werden we via schijnwerpers, vuurpijlen en VHF door een guardship gesommeerd om onze koers te verleggen; natuurlijk recht in de wind. Een idyllische aanvang van de dagwacht, met de eerste jan van genten en noordse stormvogels om het schip, werd wreed verstoord door de diagnose dat het grootste deel van ons drinkwater, via een spontaan losgedraaide waterfilter op de waterpomp in de bilge gestroomd was. Geheel conform Murphy’s law, dreef boven op ons voormalige drinkwater een dikke laag olie, welke na enig speurwerk afkomstig bleek te zijn uit de saildrive, die recent professioneel een beurt had gehad, maar waarbij de professional de afsluitring van de afsluitdop even was vergeten want deze kwamen we ook ergens in de bilge tegen. Nadat we met alle hens kokhalzend de bilge en ons zelf gereinigd hadden, het waterfilter er tussen uit gesloopt hadden en de saildrive weer opgetopt, konden we weer doen, waarvoor we eigenlijk gekomen waren: zeilen. Pfffff.

De derde dag trekt de wind aan tot W5 en varen we met 1x gereefd grootzeil en de high aspect met een kluif in de bek richting Orkneys. Weer moesten we uitwijken voor seismic survey ship, die we ditmaal m.b.v. de AIS vroegtijdig in de gaten kregen. Ook hadden we nu onze VHF wél bij staan, zodat we ditmaal geen vuurpijlen om de oren kregen. Het lonkende vooruitzicht van een passage via de Pentland Firth en de Scapa Flow naar Stromness werd wreed verstoord door de Met-Office die voor Fair Isle area force 8 soon and 10 later voorspelt. Met de staart tussen de benen verleggen we de koers naar Peterhead. De temperatuur en de barometer kelderen. Onder diep gereefd grootzeil en kotterfok lopen we, juist voor de storm, om 4 uur ’s-nachts Peterhead aan, nog geen drie dagen na vertrek uit Ketelhaven. Na een whisje en een korte maar goede nacht wacht ons een verwaaidag die we nuttig besteden met de laatste restjes vette bilge soep te verwijderen, onze boordaccu’s te vervangen en keur aan andere heerlijke boordklussen.

Ook de volgende dag blijft het stormen in ons beoogde vaargebied van de Orkaden. Peterhead blijkt deprimerend grijs, nat en koud. De klussen maken plaats voor veel boeken. De volgende ochtend zijn we koud tot op het bot en gaan de luiken zelfs dicht en de kachel aan. Buiten waait het maar door. Ook de extended outlook beloofd ons aanhoudende strong winds. De boodschap is duidelijk; het zeilseizoen is voorbij en de Orkneys in deze korte vakantie niet meer haalbaar. Na een besprenkeld diner constateren we die avond toch een gaatje in het weer en vangen we de thuisvaart aan op een zeer klotserige zee bij steeds verder afnemende wind. Een onrustige nacht met aanhoudende drizzle maakt ’s-ochtends plaats voor een prachtige zonnige zeildag. Rond het schip onze geliefde zeevogels dit maal aangevuld door de grote jager (Skua) ofwel Bonxie op z’n Schots en juist op borreltijd een ware bowriding dolfijnen show. Ook ’s-nachts scholen jagende dolfijnen, verlicht door een fel fluorescerende zee.

Ook de volgende dag suizen we met ruime wind op een lege zee richting Molengat. De stormen van Fair Isle lijken onwezenlijk ver weg en lang geleden. Na rustige nacht en een afvlakkende zee krimpt de wind en kruisen we hoog aan de wind met verder het mooiste weer van de wereld tussen een woud van boorplatformen door. Ik neem de wacht om 06.00u over en na het laatste platform gepasseerd te hebben, gaat de windvaan er op en trakteer ik mezelf op een bakje koffie, waar ik aan lij zittend in de kuip heerlijk van zit te genieten tot het moment, waarop we met een enorme dreun ergens bovenop varen. Een container, flitst als eerste door mij heen, maar tot mijn grote ontzetting blijkt het echter een heus boorplatform te zijn en wel één van het kaliber die je al uren van te voren ziet liggen. Met het allergrootste geluk van de wereld hebben we met de loefzijde van het boegbeslag de buitenste pijler van het platform geraakt waardoor wij godzijdank van het platform zijn afgeketst en het schip op de windvaan “gewoon” haar koers vervolgde. Als we maar een metertje hoger hadden gevaren dan hadden we de pijler aan de binnenzijde geraakt…. Bij inspectie een wat verfrommeld boegbeslag maar geen structurele schade aan de romp of putting van de voorstag. De schade aan mijn ego voelt echter als zeer structureel van aard en omvang. Ik kan het domweg niet bevatten dat na bijna 40 jaar ervaring op zee zoiets kan gebeuren. Het eerste wat ik tegen mijn verbouwereerde, uit hun kooigeschrokken, bemanning uitbreng is dat ik ongelooflijk blij ben, dat het mij als schipper overkomt en niet één van hen. De enige verklaring voor deze fout is het feit, dat ik er domweg van overtuigd was dat we het laatste platform gepasseerd hadden, zonder dat ik de dode hoek achter het voorzeil gecontroleerd had. Mea culpa.

Beschaamd keerden we verder huiswaarts. Met de zelfde schroom waarmee ik dit verslag voor het jaarboek schrijf, moest ik ook over een drempeltje heen van hoe je zoiets nou aan je verzekeraar vertelt. Datacombinatie reageerde gelukkig uiterst laconiek en meldde. dat ze nog veel dommere dingen hadden meegemaakt; hetgeen ik bijna niet kon geloven. Het nieuwe boegbeslag is dus inmiddels gemonteerd, mijn ego recupereert en het volgend jaar is het plan alsnog naar St. Kilda.